De karakteristieke vergelijking van een gesloten lus is s³ + a·s² + 3s + 24 = 0. Bepaal de waarde van a waarboven het systeem stabiel is.
Werkblad Stabiliteit: Routh–Hurwitz en wortelbaan met antwoorden
Bepaal voor het karakteristieke polynoom Q(s) = s³ + 4s² + 4s + 5 het element b1 van de eerste kolom in de s¹-rij van de Routh-tabel.
De lus in het schema draait met K = 480 en L(s) = K/(s(s + 8)(s + 10)). Met welke factor m kan de versterking worden verhoogd voordat de gesloten lus instabiel wordt?
De lus in het schema heeft de open-lusoverdrachtsfunctie L(s) = K/(s(s + 2)(s + 8)). De versterking wordt verhoogd tot de gesloten lus op de rand van stabiliteit zit. Bepaal de frequentie ω van de aanhoudende oscillatie.
Een lus met eenheidsterugkoppeling heeft L(s) = K/(s(s + 5)(s + 6)). Bepaal het punt σa waar de asymptoten van de wortelbaan de reële as snijden.
De wortelbaan van L(s) = K/(s(s + 5)(s + 6)) verlaat de reële as tussen s = 0 en s = −5. Bepaal het vertrekpunt sb.
Antwoordenblad
- 1. a = 8
- 2. b1 = 2,75
- 3. m = 3
- 4. ω = 4 rad/s
- 5. σa = −3,667
- 6. sb = −1,811
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.