Een proportionele regelaar met versterking K = 0,5 regelt het proces G(s) = 10/(s + 4) in een lus met eenheidsterugkoppeling. Bepaal de gesloten-luspool p.
Werkblad Stabiliteit: Routh–Hurwitz en wortelbaan met antwoorden
De karakteristieke vergelijking van een gesloten lus is s³ + a·s² + 8s + 24 = 0. Bepaal de waarde van a waarboven het systeem stabiel is.
De lus in het schema heeft de open-lusoverdrachtsfunctie L(s) = K/(s(s + 2)(s + 5)). De versterking wordt verhoogd tot de gesloten lus op de rand van stabiliteit zit. Bepaal de frequentie ω van de aanhoudende oscillatie.
Een lus met eenheidsterugkoppeling heeft L(s) = K/((s + 4)(s + 5)(s + 6)), met K > 0. Bepaal de grootste versterking Kmax waarvoor de gesloten lus stabiel is.
Een lus met eenheidsterugkoppeling heeft L(s) = K(s + 5)/((s + 10)(s + 2)(s + 1)(s + 3)). Bepaal het punt σa waar de asymptoten van de wortelbaan de reële as snijden.
De wortelbaan van L(s) = K(s + 16)/(s(s + 8)) verlaat de reële as tussen s = 0 en s = −8, maakt een cirkel en bereikt de reële as weer links van de zero. Bepaal het vertrekpunt sb.
Antwoordenblad
- 1. p = −9
- 2. a = 3
- 3. ω = 3,162 rad/s
- 4. Kmax = 990
- 5. σa = −3,667
- 6. sb = −4,686
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.