Een gesloten-lussysteem heeft de karakteristieke vergelijking s³ + 2s² + 4s + 26 = 0. Bepaal met het Routh–Hurwitz-criterium het aantal N gesloten-luspolen in het rechterhalfvlak van het s-vlak.
Werkblad Stabiliteit: Routh–Hurwitz en wortelbaan met antwoorden
Een proportionele versterking K regelt het proces G(s) = 1/(s + 2) in een lus met eenheidsterugkoppeling. Bepaal de versterking K die de gesloten-luspool op s = −6 plaatst.
Een lus met eenheidsterugkoppeling heeft L(s) = K/((s + 1)(s + 2)(s + 6)), met K > 0. Bepaal de grootste versterking Kmax waarvoor de gesloten lus stabiel is.
Het proces G(s) = (s + 5)/((s − 3)(s + 3)) heeft een instabiele pool bij s = 3. Een proportionele versterking K sluit een lus met eenheidsterugkoppeling om het proces. Bepaal de kleinste versterking Kmin die de gesloten lus stabiel maakt.
Een lus met eenheidsterugkoppeling heeft L(s) = K/(s(s + 10)(s + 3)). Bepaal het punt σa waar de asymptoten van de wortelbaan de reële as snijden.
De wortelbaan van L(s) = K/(s(s + 6)(s + 10)) verlaat de reële as tussen s = 0 en s = −6. Bepaal het vertrekpunt sb.
Antwoordenblad
- 1. N = 2
- 2. K = 4
- 3. Kmax = 168
- 4. Kmin = 1,8
- 5. σa = −4,333
- 6. sb = −2,427
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.