Een gesloten-lussysteem heeft de karakteristieke vergelijking s³ + 3s² − 9s + 3 = 0. Bepaal met het Routh–Hurwitz-criterium het aantal N gesloten-luspolen in het rechterhalfvlak van het s-vlak.
Werkblad Stabiliteit: Routh–Hurwitz en wortelbaan met antwoorden
De karakteristieke vergelijking van een gesloten lus is s³ + a·s² + 6s + 9 = 0. Bepaal de waarde van a waarboven het systeem stabiel is.
De lus in het schema heeft de open-lusoverdrachtsfunctie L(s) = K/(s(s + 1)(s + 8)). De versterking wordt verhoogd tot de gesloten lus op de rand van stabiliteit zit. Bepaal de frequentie ω van de aanhoudende oscillatie.
De lus in het schema heeft de open-lusoverdrachtsfunctie L(s) = K/(s(s + 6)(s + 8)). Bepaal de grootste versterking Kmax waarvoor de gesloten lus stabiel is.
De wortelbaan van L(s) = K(s + 11)/(s(s + 8)) verlaat de reële as tussen s = 0 en s = −8, maakt een cirkel en bereikt de reële as weer links van de zero. Bepaal het vertrekpunt sb.
Een lus met eenheidsterugkoppeling heeft L(s) = K(s + 4)/(s(s + 6)(s + 10)). Bepaal het punt σa waar de asymptoten van de wortelbaan de reële as snijden.
Antwoordenblad
- 1. N = 2
- 2. a = 1,5
- 3. ω = 2,828 rad/s
- 4. Kmax = 672
- 5. sb = −5,255
- 6. σa = −6
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.