Bepaal voor het karakteristieke polynoom Q(s) = 3s³ + 3s² + 7s + 13 het element b1 van de eerste kolom in de s¹-rij van de Routh-tabel.
Werkblad Stabiliteit: Routh–Hurwitz en wortelbaan met antwoorden
Een proportionele regelaar met versterking K = 0,5 regelt het proces G(s) = 1/(s + 10) in een lus met eenheidsterugkoppeling. Bepaal de gesloten-luspool p.
Het proces G(s) = (s + 5)/((s − 2)(s + 1)) heeft een instabiele pool bij s = 2. Een proportionele versterking K sluit een lus met eenheidsterugkoppeling om het proces. Bepaal de kleinste versterking Kmin die de gesloten lus stabiel maakt.
De lus in het schema draait met K = 32,4 en L(s) = K/(s(s + 3)(s + 6)). Met welke factor m kan de versterking worden verhoogd voordat de gesloten lus instabiel wordt?
De wortelbaan van L(s) = K/(s(s + 4)(s + 5)) verlaat de reële as tussen s = 0 en s = −4. Bepaal het vertrekpunt sb.
De wortelbaan van L(s) = K/(s(s + 5)) is weergegeven. Bepaal de versterking K waarvoor de gesloten-luspolen de dempingsverhouding ζ = 0,4 hebben.
Antwoordenblad
- 1. b1 = −6
- 2. p = −10,5
- 3. Kmin = 1
- 4. m = 5
- 5. sb = −1,472
- 6. K = 39,06
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.