Een gesloten-lussysteem heeft de karakteristieke vergelijking s³ + s² + 3s + 15 = 0. Bepaal met het Routh–Hurwitz-criterium het aantal N gesloten-luspolen in het rechterhalfvlak van het s-vlak.
Werkblad Stabiliteit: Routh–Hurwitz en wortelbaan met antwoorden
Het karakteristieke polynoom van een teruggekoppeld systeem is Q(s) = s⁴ + 5s³ + 7s² + 8s − 12. Maak de Routh-tabel en bepaal hoeveel wortels N van Q(s) in het rechterhalfvlak liggen.
De lus in het schema heeft negatieve terugkoppeling en L(s) = 192/(s(s + 2)(s + 6)). Hoeveel gesloten-luspolen N liggen in het rechterhalfvlak?
Het proces G(s) = (s + 8)/((s − 2)(s + 5)) heeft een instabiele pool bij s = 2. Een proportionele versterking K sluit een lus met eenheidsterugkoppeling om het proces. Bepaal de kleinste versterking Kmin die de gesloten lus stabiel maakt.
Bepaal voor L(s) = K/((s + 3)(s² + 4s + 5)) de vertrekhoek θd van de wortelbaan vanuit de complexe pool in het bovenste halfvlak, gemeten vanaf de positieve reële as.
Bepaal voor L(s) = K/((s + 2)(s² + 6s + 10)) de vertrekhoek θd van de wortelbaan vanuit de complexe pool in het bovenste halfvlak, gemeten vanaf de positieve reële as.
Antwoordenblad
- 1. N = 2
- 2. N = 1
- 3. N = 2
- 4. Kmin = 1,25
- 5. θd = 45 °
- 6. θd = −45 °
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.