Het karakteristieke polynoom van een teruggekoppeld systeem is Q(s) = s⁴ + s³ + 8s² − 10s + 12. Maak de Routh-tabel en bepaal hoeveel wortels N van Q(s) in het rechterhalfvlak liggen.
Werkblad Stabiliteit: Routh–Hurwitz en wortelbaan met antwoorden
Het karakteristieke polynoom van een teruggekoppeld systeem is Q(s) = s⁴ + 4s³ + 7s² + 11s − 3. Maak de Routh-tabel en bepaal hoeveel wortels N van Q(s) in het rechterhalfvlak liggen.
De lus in het schema heeft de open-lusoverdrachtsfunctie L(s) = K/(s(s + 1)(s + 4)). Bepaal de grootste versterking Kmax waarvoor de gesloten lus stabiel is.
Het proces G(s) = (s + 10)/((s − 4)(s + 1)) heeft een instabiele pool bij s = 4. Een proportionele versterking K sluit een lus met eenheidsterugkoppeling om het proces. Bepaal de kleinste versterking Kmin die de gesloten lus stabiel maakt.
De wortelbaan van L(s) = K/((s + 3)(s + 5)(s + 6)) is geschetst. Bepaal de frequentie ω waarbij de wortelbaan de imaginaire as snijdt.
Een lus met eenheidsterugkoppeling heeft L(s) = K(s + 8)/((s + 6)(s + 5)(s + 1)). Bepaal het punt σa waar de asymptoten van de wortelbaan de reële as snijden.
Antwoordenblad
- 1. N = 2
- 2. N = 1
- 3. Kmax = 20
- 4. Kmin = 3
- 5. ω = 7,937 rad/s
- 6. σa = −2
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.