Het karakteristieke polynoom van een teruggekoppeld systeem is Q(s) = s⁴ + 5s³ + 9s² + 7s − 16. Maak de Routh-tabel en bepaal hoeveel wortels N van Q(s) in het rechterhalfvlak liggen.
Werkblad Stabiliteit: Routh–Hurwitz en wortelbaan met antwoorden
Een proportionele regelaar met versterking K = 4 regelt het proces G(s) = 2/(s + 4) in een lus met eenheidsterugkoppeling. Bepaal de gesloten-luspool p.
De lus in het schema heeft de open-lusoverdrachtsfunctie L(s) = K/(s(s + 3)(s + 8)). De versterking wordt verhoogd tot de gesloten lus op de rand van stabiliteit zit. Bepaal de frequentie ω van de aanhoudende oscillatie.
Een lus met eenheidsterugkoppeling heeft L(s) = K/((s + 1)(s + 3)(s + 5)), met K > 0. Bepaal de grootste versterking Kmax waarvoor de gesloten lus stabiel is.
De wortelbaan van L(s) = K/(s(s + 3)(s + 5)) verlaat de reële as tussen s = 0 en s = −3. Bepaal het vertrekpunt sb.
Een lus met eenheidsterugkoppeling heeft L(s) = K/((s + 3)(s + 4)(s + 8)). Bepaal het punt σa waar de asymptoten van de wortelbaan de reële as snijden.
Antwoordenblad
- 1. N = 1
- 2. p = −12
- 3. ω = 4,899 rad/s
- 4. Kmax = 192
- 5. sb = −1,214
- 6. σa = −5
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.