Een gesloten-lussysteem heeft de karakteristieke vergelijking s³ + 3s² + 4s + 32 = 0. Bepaal met het Routh–Hurwitz-criterium het aantal N gesloten-luspolen in het rechterhalfvlak van het s-vlak.
Werkblad Stabiliteit: Routh–Hurwitz en wortelbaan met antwoorden
Een proportionele regelaar met versterking K = 4 regelt het proces G(s) = 1/(s + 10) in een lus met eenheidsterugkoppeling. Bepaal de gesloten-luspool p.
Het proces G(s) = (s + 5)/((s − 4)(s + 2)) heeft een instabiele pool bij s = 4. Een proportionele versterking K sluit een lus met eenheidsterugkoppeling om het proces. Bepaal de kleinste versterking Kmin die de gesloten lus stabiel maakt.
De lus in het schema heeft de open-lusoverdrachtsfunctie L(s) = K/(s(s + 1)(s + 2)). Bepaal de grootste versterking Kmax waarvoor de gesloten lus stabiel is.
Bepaal voor L(s) = K/((s + 1)(s² + 8s + 25)) de vertrekhoek θd van de wortelbaan vanuit de complexe pool in het bovenste halfvlak, gemeten vanaf de positieve reële as.
De wortelbaan van L(s) = K/((s + 2)(s + 3)(s + 5)) is geschetst. Bepaal de frequentie ω waarbij de wortelbaan de imaginaire as snijdt.
Antwoordenblad
- 1. N = 2
- 2. p = −14
- 3. Kmin = 2
- 4. Kmax = 6
- 5. θd = −45 °
- 6. ω = 5,568 rad/s
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.