Het karakteristieke polynoom van een teruggekoppeld systeem is Q(s) = s⁴ + 5s³ + s² − 6s + 4. Maak de Routh-tabel en bepaal hoeveel wortels N van Q(s) in het rechterhalfvlak liggen.
Werkblad Stabiliteit: Routh–Hurwitz en wortelbaan met antwoorden
Een gesloten-lussysteem heeft de karakteristieke vergelijking s³ + 2s² + 2s + 20 = 0. Bepaal met het Routh–Hurwitz-criterium het aantal N gesloten-luspolen in het rechterhalfvlak van het s-vlak.
Het proces G(s) = (s + 8)/((s − 2)(s + 1)) heeft een instabiele pool bij s = 2. Een proportionele versterking K sluit een lus met eenheidsterugkoppeling om het proces. Bepaal de kleinste versterking Kmin die de gesloten lus stabiel maakt.
Een lus met eenheidsterugkoppeling heeft L(s) = K/((s + 4)(s + 5)(s + 6)), met K > 0. Bepaal de grootste versterking Kmax waarvoor de gesloten lus stabiel is.
De wortelbaan van L(s) = K(s + 10)/(s(s + 6)) verlaat de reële as tussen s = 0 en s = −6, maakt een cirkel en bereikt de reële as weer links van de zero. Bepaal het aankomstpunt si.
De wortelbaan van L(s) = K(s + 4)/(s(s + 2)) verlaat de reële as tussen s = 0 en s = −2, maakt een cirkel en bereikt de reële as weer links van de zero. Bepaal het aankomstpunt si.
Antwoordenblad
- 1. N = 2
- 2. N = 2
- 3. Kmin = 1
- 4. Kmax = 990
- 5. si = −16,32
- 6. si = −6,828
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.