Het karakteristieke polynoom van een teruggekoppeld systeem is Q(s) = s⁴ + 2s³ + s² − 14s + 11. Maak de Routh-tabel en bepaal hoeveel wortels N van Q(s) in het rechterhalfvlak liggen.
Werkblad Stabiliteit: Routh–Hurwitz en wortelbaan met antwoorden
De karakteristieke vergelijking van een gesloten lus is s³ + a·s² + 2s + 8 = 0. Bepaal de waarde van a waarboven het systeem stabiel is.
Een lus met eenheidsterugkoppeling heeft L(s) = K/((s + 1)(s + 5)(s + 6)), met K > 0. Bepaal de grootste versterking Kmax waarvoor de gesloten lus stabiel is.
Een lus met eenheidsterugkoppeling heeft L(s) = K(s + 11)/(s(s + 3)(s + 4)), met K > 0. Bepaal de grootste versterking Kmax waarvoor de gesloten lus stabiel is.
Een lus met eenheidsterugkoppeling heeft L(s) = K(s + 4)/(s(s + 3)(s + 5)(s + 10)). Bepaal het punt σa waar de asymptoten van de wortelbaan de reële as snijden.
Bepaal voor de lus L(s) = K/(s(s + 2)(s + 3)) de versterking K die een gesloten-luspool op s = −1,5 plaatst.
Antwoordenblad
- 1. N = 2
- 2. a = 4
- 3. Kmax = 462
- 4. Kmax = 21
- 5. σa = −4,667
- 6. K = 1,125
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.