Op t = 0 wordt een stap aangelegd op een eerste-ordeproces. De uitgang begint op 0 en komt tot rust op 20. Op t = 0,5 s is hij 16. Bepaal de tijdconstante τ.
Werkblad Stapresponsie met antwoorden
Op t = 0 wordt een stap aangelegd op een eerste-ordeproces. De uitgang begint op 0 en komt tot rust op 5. Op t = 5 s is hij 4,5. Bepaal de tijdconstante τ.
Een systeem heeft de overdrachtsfunctie G(s) = 22,5/(s² + 5s + 45) en krijgt een eenheidsstap als ingang. Bepaal de procentuele overshoot %OS van de stapresponsie.
Een systeem heeft de overdrachtsfunctie G(s) = 249/(s² + 11s + 83) en krijgt een eenheidsstap als ingang. De polen zijn s = σ ± jωd. Bepaal het reële deel σ.
De stapresponsie van een tweede-ordesysteem zonder nullen toont 50 % overshoot, en de eerste piek treedt op bij t = 1,5 s. Bepaal de eigenfrequentie ωn.
Een massa m = 20 kg hangt aan een veer k = 400 N/m met een viskeuze demper c = 107 N·s/m (m·x″ + c·x′ + k·x = F). In rust in evenwicht wordt plotseling een constante kracht F = 20 N aangelegd. Bepaal het tijdstip tp waarop de uitwijking het grootst is.
Antwoordenblad
- 1. τ = 0,3107 s
- 2. τ = 2,171 s
- 3. %OS = 28,32 %
- 4. σ = −5,5
- 5. ωn = 2,145 rad/s
- 6. tp = 0,8766 s
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.