Werkblad Vectoren: inwendig en uitwendig product met antwoorden

Gratis printbaar werkblad Vectoren: inwendig en uitwendig product: 6 opgaven van makkelijk tot tentamenniveau, met antwoordenblad. Print het of sla het op als pdf.

Nieuw werkbladOnline oefenen met hints

Voor docenten: gratis te printen, kopiëren en in de les te gebruiken. Elk nieuw werkblad heeft nieuwe waarden en een eigen antwoordblad. Een link naar ExamProblems op je cursuspagina wordt gewaardeerd.

Naam: ____________________   Datum: ____________

1.Makkelijk
xya

Bepaal de grootte |a| van de vector a = (−6, 1).

a = (−6, 1)
|a| =
2.Makkelijk
xy150°55°F1​F2​

Twee krachten werken in een punt in het xy-vlak: F₁ = 40 N onder 150° en F₂ = 170 N onder 55°, beide linksom gemeten vanaf de positieve x-as. Bepaal de grootte R van hun resultante.

F1 = 40 N, θ1 = 150°F2 = 170 N, θ2 = 55°
R = N
3.Gemiddeld
xyzab

Bepaal de waarde van k waarvoor de vectoren a = (−3, −1, −5) en b = (−6, −5, k) loodrecht op elkaar staan.

a = (−3, −1, −5)b = (−6, −5, k)
k =
4.Gemiddeld
xyzab

Bepaal de scalaire projectie compb a van a = (0, −6, 3) op b = (5, 6, −4), dat wil zeggen de component van a in de richting van b.

a = (0, −6, 3)b = (5, 6, −4)
compb a =
5.Moeilijk
xyzABC

Bepaal de oppervlakte A van de driehoek met hoekpunten A(2, −3, −1), B(−1, 2, 0) en C(3, 1, 0). Coördinaten zijn in meter.

A(2, −3, −1)B(−1, 2, 0)C(3, 1, 0)
A = m²
6.Moeilijk
xyzabc

Bepaal het volume V van het parallellepipedum waarvan de ribben vanuit één hoekpunt a = (−1, 3, −3), b = (1, 1, −4) en c = (−4, 4, 0) zijn.

a = (−1, 3, −3)b = (1, 1, −4)c = (−4, 4, 0)
V =

Antwoordenblad

  1. 1. |a| = 6,083
  2. 2. R = 171,2 N
  3. 3. k = 4,6
  4. 4. compb a = −5,47
  5. 5. A = 8,746 m²
  6. 6. V = 8

Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.