Bepaal de grootte |a| van de vector a = (−5, −4, 2).
Werkblad Vectoren: inwendig en uitwendig product met antwoorden
1.Makkelijk
a = (−5, −4, 2)
|a| =
2.Makkelijk
Een kracht van 240 N werkt in het xy-vlak onder 290°, linksom gemeten vanaf de positieve x-as. Bepaal de x-component Fx.
F = 240 Nθ = 290°
Fx = N
3.Gemiddeld
Een constante kracht F = (−5, −30, 25) N werkt op een voorwerp terwijl het zich in een rechte lijn verplaatst van punt A(0, −1, 0) naar punt B(−2, 5, 3). Coördinaten zijn in meter. Bepaal de arbeid W die de kracht verricht.
F = (−5, −30, 25) NA(0, −1, 0) mB(−2, 5, 3) m
W = J
4.Gemiddeld
Bepaal het inwendig product a·b van a = (1, 6, 1) en b = (6, −4, −3).
a = (1, 6, 1)b = (6, −4, −3)
a·b =
5.Moeilijk
Bepaal voor a = (−1, 6, −4) en b = (5, 4, 0) de x-component (a × b)x van het uitwendig product a × b.
a = (−1, 6, −4)b = (5, 4, 0)
(a × b)x =
6.Moeilijk
Bepaal de oppervlakte A van het parallellogram opgespannen door a = (3, 4, 3) en b = (3, −6, 1).
a = (3, 4, 3)b = (3, −6, 1)
A =
Antwoordenblad
- 1. |a| = 6,708
- 2. Fx = 82,08 N
- 3. W = −95 J
- 4. a·b = −21
- 5. (a × b)x = 16
- 6. A = 37,68
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.