Twee krachten werken in een punt in het xy-vlak: F₁ = 120 N onder 130° en F₂ = 290 N onder 160°, beide linksom gemeten vanaf de positieve x-as. Bepaal de grootte R van hun resultante.
Werkblad Vectoren: inwendig en uitwendig product met antwoorden
1.Makkelijk
F1 = 120 N, θ1 = 130°F2 = 290 N, θ2 = 160°
R = N
2.Makkelijk
Bepaal de z-component ûz van de eenheidsvector û die wijst in de richting van a = (−2, 2, 5).
a = (−2, 2, 5)
ûz =
3.Gemiddeld
Bepaal de waarde van k waarvoor de vectoren a = (−3, −6, −6) en b = (−4, 0, k) loodrecht op elkaar staan.
a = (−3, −6, −6)b = (−4, 0, k)
k =
4.Gemiddeld
Bepaal de waarde van k waarvoor de vectoren a = (5, 3, −2) en b = (k, 3, −3) loodrecht op elkaar staan.
a = (5, 3, −2)b = (k, 3, −3)
k =
5.Moeilijk
Bepaal voor a = (5, −1, 3) en b = (−2, 6, 0) de y-component (a × b)y van het uitwendig product a × b.
a = (5, −1, 3)b = (−2, 6, 0)
(a × b)y =
6.Moeilijk
Een kracht F = (−20, 10, 40) N werkt in punt A(0, −1, 0). Coördinaten zijn in meter. Bepaal de grootte |M| van het moment van de kracht om punt O(−1, 1, 3).
F = (−20, 10, 40) NA(0, −1, 0) mO(−1, 1, 3) m
|M| = N·m
Antwoordenblad
- 1. R = 398,5 N
- 2. ûz = 0,8704
- 3. k = 2
- 4. k = −3
- 5. (a × b)y = −6
- 6. |M| = 61,64 N·m
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.