Twee krachten werken in een punt in het xy-vlak: F₁ = 280 N onder 30° en F₂ = 20 N onder 75°, beide linksom gemeten vanaf de positieve x-as. Bepaal de grootte R van hun resultante.
Werkblad Vectoren: inwendig en uitwendig product met antwoorden
1.Makkelijk
F1 = 280 N, θ1 = 30°F2 = 20 N, θ2 = 75°
R = N
2.Makkelijk
Bepaal de grootte |a| van de vector a = (2, −2, −6).
a = (2, −2, −6)
|a| =
3.Gemiddeld
Bepaal de waarde van k waarvoor de vectoren a = (−4, 4, −2) en b = (−4, k, 2) loodrecht op elkaar staan.
a = (−4, 4, −2)b = (−4, k, 2)
k =
4.Gemiddeld
Bepaal de hoek θ tussen de vectoren a = (−5, 5, 2) en b = (−5, −5, 5), in graden.
a = (−5, 5, 2)b = (−5, −5, 5)
θ = °
5.Moeilijk
Bepaal voor a = (4, −4, 6) en b = (2, 0, −2) de z-component (a × b)z van het uitwendig product a × b.
a = (4, −4, 6)b = (2, 0, −2)
(a × b)z =
6.Moeilijk
Bepaal voor a = (5, −2, −1) en b = (−4, 3, 1) de x-component (a × b)x van het uitwendig product a × b.
a = (5, −2, −1)b = (−4, 3, 1)
(a × b)x =
Antwoordenblad
- 1. R = 294,5 N
- 2. |a| = 6,633
- 3. k = −3
- 4. θ = 80,96 °
- 5. (a × b)z = 8
- 6. (a × b)x = 1
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.