Bepaal de grootte |a| van de vector a = (−9, 3).
Werkblad Vectoren: inwendig en uitwendig product met antwoorden
1.Makkelijk
a = (−9, 3)
|a| =
2.Makkelijk
Een kracht van 240 N werkt in het xy-vlak onder 210°, linksom gemeten vanaf de positieve x-as. Bepaal de x-component Fx.
F = 240 Nθ = 210°
Fx = N
3.Gemiddeld
Bepaal de waarde van k waarvoor de vectoren a = (−4, 6, 2) en b = (4, 5, k) loodrecht op elkaar staan.
a = (−4, 6, 2)b = (4, 5, k)
k =
4.Gemiddeld
Bepaal de hoek θ tussen de vectoren a = (2, 6, 1) en b = (−3, 5, −2), in graden.
a = (2, 6, 1)b = (−3, 5, −2)
θ = °
5.Moeilijk
Bepaal voor a = (4, 1, −5) en b = (−5, −4, 0) de z-component (a × b)z van het uitwendig product a × b.
a = (4, 1, −5)b = (−5, −4, 0)
(a × b)z =
6.Moeilijk
Bepaal het volume V van het parallellepipedum waarvan de ribben vanuit één hoekpunt a = (5, 1, 2), b = (4, 1, −5) en c = (2, 4, −1) zijn.
a = (5, 1, 2)b = (4, 1, −5)c = (2, 4, −1)
V =
Antwoordenblad
- 1. |a| = 9,487
- 2. Fx = −207,8 N
- 3. k = −7
- 4. θ = 56,13 °
- 5. (a × b)z = −11
- 6. V = 117
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.