Bepaal de grootte |a| van de vector a = (4, 7, −2).
Werkblad Vectoren: inwendig en uitwendig product met antwoorden
1.Makkelijk
a = (4, 7, −2)
|a| =
2.Makkelijk
Bepaal de grootte |a| van de vector a = (−8, −2, −1).
a = (−8, −2, −1)
|a| =
3.Gemiddeld
Een constante kracht F = (−5, 20, −15) N werkt op een voorwerp terwijl het zich in een rechte lijn verplaatst van punt A(0, 1, 0) naar punt B(−2, −5, 3). Coördinaten zijn in meter. Bepaal de arbeid W die de kracht verricht.
F = (−5, 20, −15) NA(0, 1, 0) mB(−2, −5, 3) m
W = J
4.Gemiddeld
Bepaal het inwendig product a·b van a = (−7, 6, −4) en b = (0, 1, −5).
a = (−7, 6, −4)b = (0, 1, −5)
a·b =
5.Moeilijk
Bepaal de oppervlakte A van het parallellogram opgespannen door a = (−6, −4, −3) en b = (0, 3, −4).
a = (−6, −4, −3)b = (0, 3, −4)
A =
6.Moeilijk
Bepaal het volume V van het parallellepipedum waarvan de ribben vanuit één hoekpunt a = (1, −5, 3), b = (0, −4, 2) en c = (−1, 1, −2) zijn.
a = (1, −5, 3)b = (0, −4, 2)c = (−1, 1, −2)
V =
Antwoordenblad
- 1. |a| = 8,307
- 2. |a| = 8,307
- 3. W = −155 J
- 4. a·b = 26
- 5. A = 39,05
- 6. V = 4
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.