Bepaal de grootte |a| van de vector a = (0, −4, −4).
Werkblad Vectoren: inwendig en uitwendig product met antwoorden
1.Makkelijk
a = (0, −4, −4)
|a| =
2.Makkelijk
Twee krachten werken in een punt in het xy-vlak: F₁ = 160 N onder 40° en F₂ = 210 N onder 160°, beide linksom gemeten vanaf de positieve x-as. Bepaal de grootte R van hun resultante.
F1 = 160 N, θ1 = 40°F2 = 210 N, θ2 = 160°
R = N
3.Gemiddeld
Bepaal de hoek θ tussen de vectoren a = (−5, −3, −5) en b = (2, 1, 6), in graden.
a = (−5, −3, −5)b = (2, 1, 6)
θ = °
4.Gemiddeld
Bepaal de scalaire projectie compb a van a = (1, −7, −2) op b = (6, 2, −3), dat wil zeggen de component van a in de richting van b.
a = (1, −7, −2)b = (6, 2, −3)
compb a =
5.Moeilijk
Bepaal het volume V van het parallellepipedum waarvan de ribben vanuit één hoekpunt a = (−3, −5, 0), b = (5, 0, −3) en c = (−1, −5, 3) zijn.
a = (−3, −5, 0)b = (5, 0, −3)c = (−1, −5, 3)
V =
6.Moeilijk
Bepaal het volume V van het parallellepipedum waarvan de ribben vanuit één hoekpunt a = (−2, 5, 3), b = (−3, 1, −2) en c = (5, 1, 4) zijn.
a = (−2, 5, 3)b = (−3, 1, −2)c = (5, 1, 4)
V =
Antwoordenblad
- 1. |a| = 5,657
- 2. R = 190 N
- 3. θ = 151 °
- 4. compb a = −0,2857
- 5. V = 105
- 6. V = 26
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.