Bepaal de z-component ûz van de eenheidsvector û die wijst in de richting van a = (−7, 5, 7).
Werkblad Vectoren: inwendig en uitwendig product met antwoorden
1.Makkelijk
a = (−7, 5, 7)
ûz =
2.Makkelijk
Bepaal de grootte |a| van de vector a = (−6, −7, 3).
a = (−6, −7, 3)
|a| =
3.Gemiddeld
Bepaal de scalaire projectie compb a van a = (−4, −7, 5) op b = (2, 3, 2), dat wil zeggen de component van a in de richting van b.
a = (−4, −7, 5)b = (2, 3, 2)
compb a =
4.Gemiddeld
Een constante kracht F = (−20, 30, −25) N werkt op een voorwerp terwijl het zich in een rechte lijn verplaatst van punt A(−2, −3, 5) naar punt B(−2, −4, −2). Coördinaten zijn in meter. Bepaal de arbeid W die de kracht verricht.
F = (−20, 30, −25) NA(−2, −3, 5) mB(−2, −4, −2) m
W = J
5.Moeilijk
Bepaal de oppervlakte A van het parallellogram opgespannen door a = (6, 1, −1) en b = (−5, 6, 4).
a = (6, 1, −1)b = (−5, 6, 4)
A =
6.Moeilijk
Bepaal de oppervlakte A van de driehoek met hoekpunten A(4, −1, −3), B(−3, 4, −1) en C(−4, 2, −2). Coördinaten zijn in meter.
A(4, −1, −3)B(−3, 4, −1)C(−4, 2, −2)
A = m²
Antwoordenblad
- 1. ûz = 0,6312
- 2. |a| = 9,695
- 3. compb a = −4,608
- 4. W = 145 J
- 5. A = 46,28
- 6. A = 10,52 m²
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.