De brug van Wheatstone in het schema wordt in evenwicht gebracht door R₃ af te regelen. R₁ = 150 Ω, R₂ = 500 Ω en R₄ = 300 Ω. Bepaal de instelling R3.
Werkblad Brug van Wheatstone en rekstrookjes met antwoorden
De brug van Wheatstone in het schema wordt in evenwicht gebracht door R₃ af te regelen. R₁ = 250 Ω, R₂ = 250 Ω en R₄ = 1000 Ω. Bepaal de instelling R3.
Een rekstrookje van 300 Ω is één arm (R₂) van een brug met vier gelijke armen van 300 Ω en een bekrachtiging van 10 V. Bepaal het vermogen Pg dat in het rekstrookje wordt gedissipeerd, in mW. Zelfopwarming beperkt de bekrachtiging.
Een brug heeft vier armen van 150 Ω en Vs = 10 V. De sensor R₂ neemt toe met ΔR = 22,5 Ω. Bepaal de exacte uitgang Vab in mV.
Een rekstrookje (GF = 2) op een constructiedeel met E = 70 GPa vormt een kwartbrug die wordt bekrachtigd met 3 V. De uitgang geeft 0,375 mV. Bepaal de axiale spanning σ in MPa.
Een rekstrookje (GF = 2,05) op een constructiedeel met E = 200 GPa vormt een kwartbrug die wordt bekrachtigd met 5 V. De uitgang geeft 2,05 mV. Bepaal de axiale spanning σ in MPa.
Antwoordenblad
- 1. R3 = 90 Ω
- 2. R3 = 1000 Ω
- 3. Pg = 83,33 mW
- 4. Vab = 348,8 mV
- 5. σ = 17,5 MPa
- 6. σ = 160 MPa
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.