Multivariabele analyse: oefenopgaven met stapsgewijze oplossingen
Ook wel: partiële afgeleiden · dubbelintegralen · functies van meer variabelen
Gratis oefenopgaven over Multivariabele analyse met schema’s, hints en volledig uitgewerkte oplossingen. Elke keer nieuwe waarden, op drie niveaus: partiële afgeleiden en dubbele integralen, gradiënt, raakvlak en kettingregel, kritieke punten en integralen over gebieden.
Leer Multivariabele analyse vanaf nul
Hiervoor: Afgeleiden, Integralen
1Partiële afgeleiden
Een functie van twee variabelen, z = f(x, y), is een oppervlak boven het xy-vlak. Op een kaart wordt ze getekend met niveaulijnen, lijnen waarop f dezelfde waarde heeft.
Een partiële afgeleide meet de helling in één richting. Voor ∂f/∂x (ook geschreven als fx) houd je y constant en differentieer je naar x, met de gewone regels.
Voorbeeld: f(x, y) = x²y + 3y². Behandel y als een getal voor fx, en x als een getal voor fy:
fx = 2xy fy = x² + 6y
In (1, 2) geeft dit fx = 4 en fy = 1 + 12 = 13.
Nogmaals differentiëren geeft de tweede partiële afgeleiden fxx, fyy en fxy. De volgorde van de gemengde afgeleide doet er niet toe: fxy = fyx. Hier is fxy = 2x.
Zelftoets Wat is ∂f/∂y voor f(x, y) = x³y²?
- 2x³y
- 3x²y²
- 6x²y
- x³y²
Antwoord: 2x³y. Houd x constant: x³ is een constante factor, en y² geeft 2y, dus fy = 2x³y. 3x²y² is ∂f/∂x.
2Gradiënt en richtingsafgeleide
De gradiënt bundelt beide partiële afgeleiden: ∇f = (fx, fy). Hij wijst in de richting waarin f het snelst stijgt, loodrecht op de niveaulijn.
De steilste helling zelf is de lengte |∇f| = √(fx² + fy²).
De helling in elke andere richting v is de richtingsafgeleide. Maak v eerst een eenheidsvector u = v/|v| en neem dan het inproduct:
Duf = ∇f·u
Voor f = x²y + 3y² in (1, 2): ∇f = (4, 13). In de richting v = (3, 4) is u = (0,6; 0,8), dus Duf = 4·0,6 + 13·0,8 = 12,8.
Zelftoets In een punt is ∇f = (3, 4). Wat is daar de grootste toenamesnelheid van f?
- 12
- 25
- 5
- 7
Antwoord: 5. Die is |∇f| = √(3² + 4²) = 5. De componenten optellen geeft 7, en de wortel vergeten geeft 25.
3Raakvlak en kettingregel
Nabij een punt (a, b) is het oppervlak bijna vlak. Het raakvlak is
z = f(a, b) + fx(a, b)(x − a) + fy(a, b)(y − b)
Het geeft de lineaire benadering f(a + Δx, b + Δy) ≈ f(a, b) + fxΔx + fyΔy.
Voorbeeld: f = x²y + 3y² heeft f(1, 2) = 14, dus nabij (1, 2): f(1,1; 1,9) ≈ 14 + 4·0,1 + 13·(−0,1) = 13,1. De exacte waarde is 13,129.
Als x en y beide van t afhangen, telt de kettingregel de twee routes op: dz/dt = fx·dx/dt + fy·dy/dt.
4Kritieke punten
Bij een maximum, een minimum of een zadelpunt is het oppervlak vlak: fx = 0 en fy = 0. Zulke punten zijn kritieke punten.
De tweede-afgeleidentest gebruikt D = fxxfyy − fxy² in het punt:
- D > 0 en fxx > 0: lokaal minimum.
- D > 0 en fxx < 0: lokaal maximum.
- D < 0: zadelpunt, omhoog in de ene richting en omlaag in een andere.
- D = 0: de test beslist niets.
Uitgewerkt voorbeeldBepaal en classificeer de kritieke punten van f(x, y) = x³ − 3x + y² − 4y.
1fx = 3x² − 3 = 0 → x = ±1 fy = 2y − 4 = 0 → y = 2
De kritieke punten zijn (1, 2) en (−1, 2).
2fxx = 6x, fyy = 2, fxy = 0
3D = 6·2 − 0 = 12 > 0 en fxx = 6 > 0: een lokaal minimum, met f(1, 2) = 1 − 3 + 4 − 8 = −6.
4D = −6·2 − 0 = −12 < 0: een zadelpunt.
Antwoord Lokaal minimum in (1, 2) met f = −6; zadelpunt in (−1, 2).
5Dubbele integralen
Een dubbele integraal ∬R f dA telt f op over een gebied R; voor f = 1 is het de oppervlakte van R. Bereken haar als twee enkele integralen, de binnenste eerst.
Over een rechthoek zijn de grenzen getallen: ∫02∫01 (x + 2y) dy dx. De binnenste integraal geeft x + 1, en ∫02 (x + 1) dx = 4.
Over een algemeen gebied zijn de binnenste grenzen de krommen die het begrenzen. Voor het gebied tussen y = x² en y = 2x loopt y van x² tot 2x, en x van 0 tot 2.
Oppervlakte = ∫02 (2x − x²) dx = 4 − 8/3 = 4/3
Gebruik voor schijven en sectoren poolcoördinaten: x² + y² = r² en dA = r dr dθ. Over de schijf r ≤ 2: ∬(x² + y²) dA = ∫02π∫02 r³ dr dθ = 2π·4 = 8π.
Zelftoets Wat wordt dA in poolcoördinaten?
- dr dθ
- r dr dθ
- r² dr dθ
- θ dr dθ
Antwoord: r dr dθ. Een klein poolstukje is Δr breed en r·Δθ lang, dus dA = r dr dθ. De factor r vergeten is de meest voorkomende fout.
6Veelgemaakte fouten en tentamenvragen
- Ook de “constante” variabele differentiëren bij een partiële afgeleide.
- v gebruiken in plaats van de eenheidsvector u bij een richtingsafgeleide.
- D = fxxfyy + fxy² schrijven, of een punt met D < 0 als extremum classificeren.
- Getallen als binnenste grenzen gebruiken terwijl het gebied door krommen wordt begrensd.
- De factor r vergeten in poolcoördinaten.
Makkelijk: partiële afgeleiden in een punt en integralen over rechthoeken. Gemiddeld: gradiënt, richtingsafgeleide, raakvlak en kettingregel. Moeilijk: kritieke punten classificeren en integralen over gekromde gebieden, in poolcoördinaten of met omgekeerde volgorde.
Leer het stap voor stap in de appLeer het stap voor stap in de app